OVERAL DIEREN!

16 mei 2018 - Miri, Maleisië

Omdat ik zo laat ben met postte, is hij EXTRA laaaaaaaaang!
Lezen is op eigen risico xD

Eindelijk naar Borneo! Toen ik op mijn 16e een natuur documentaire zag over het eiland, stond deze direct bovenaan mijn lijstje. Al jaren heb ik het – tegen iedereen die het horen wil – over Borneo. En nu, 12 jaar later is deze droom eindelijk verwezenlijkt. Het was heel gek, om – na een (maar) 2 uur durende vlucht vanuit Manila – te landen op Kota Kinabalu. Dit is de hoofdstad van Sabah. Borneo is onderverdeeld in 3 landen: Maleisië, Indonesië en Brunei. Het Maleisische gedeelte bestaat dan weer uit Sabah en Sarawak, ja ja lekker verwarrend allemaal.

Het was nog midden in de nacht toen ik op het vliegveld aankwam. Na een ontspannen taxirit naar het centrum, kon ik gelijk inchecken en mijn bed instappen. Ideaal. Kota Kinabalu was een gigantisch contrast met Puerto Princesa, ik moest echt weer even omschakelen. De stad is heel modern, schoon, rustig en Islamistisch. Enkel de hitte was het zelfde. Het hostel waar ik verbleef was vrij rustig, weinig backpackers en voornamelijk oudere reizigers. Het was wel duidelijk dat ik van de standaard backpack-route was afgestapt. De eerste dagen ben ik voornamelijk bezig geweest met het plannen en boeken van een route door Sabah. Mijn voorgaande tactiek van; 'gewoon maar ergens op komen dagen en kijken wat er te doen is', zou hier iets minder succesvol zijn. Achteraf had dit prima gekund en baalde ik soms een beetje dat ik alles al geboekt had. Al geeft het wel rust en hoef je je daar niet meer druk over te maken. Een planning maken voor plekken waar je totaal geen beeld bij hebt, is overigens best ingewikkeld. Gelukkig kreeg ik hulp van Jay, één van de medewerkers van het hostel. Hij wist alle highlights van Sabah en gaf tips over, waar te verblijven en hoe je er moest komen. Uiteraard had ik wel een idee wat ik wilde zien; jungles, grotten en vooral héél véél dieren. Dat moet wel goed komen, zei hij. Tussen het plannen door, heb ik een beetje de stad verkend. Zo ben ik naar het Sabah Museum geweest, waar ik geleerd heb over de cultuur en geschiedenis van Sabah. Dit was vele malen interessanter dan het klinkt ;) Daarnaast ging ik iedere middag langs de Central Market voor vers fruit en in de avond was ik te vinden op de Food Night market. Voor een paar euro heb je een complete maaltijd, maar iedereen komt hier vooral naartoe voor de verse vis. De laatste avond heb ik mij helemaal rond gegeten aan grote gamba's, gebakken in roomboter en knoflook <3 Ook heb ik mijn eerste Moskee – compleet in gepaste klederdracht – bezocht. Mijn legging en t-shirt waren niet proper genoeg, en daarom moest ik een 'djellaba' (zo een bedekkende jurk zeg maar) aan. Super comfortabel, maar voelde mij echt een onaantrekkelijke moeke in dat ding. De moskee was niet bijzonder en vooral mooi van de buitenkant. De binnenkant leek meer op een ouderwetse congreszaal zonder stoelen. Verder diende de stad vooral als voorbereiding voor de trip; geld pinnen, spullen kopen, kleding wassen, planning maken en alles regelen.

Na 4 dagen acclimatiseren en de regeltante uithangen, ging ik eindelijk naar de jungle. Naar Jungle Jack's, om precies te zijn. Een soort homestay/hostel, bestaande uit twee – kleurrijk​ beschilderde – op elkaar gestapelde scheepscontainers. Jack is een local die vroeger veel gereisd heeft als chef-kok en dus gek is op goed eten. Inmiddels is hij uit gereisd, maar nog niet uitgegeten. Voor nog geen 12 euro, sliep ik op een sfeervolle toplocatie, in een heerlijk bed, met drie – 5-sterren – maaltijden per dag. Dankjewel voor deze gouden tip Jay! In Jungle Jack's ontmoette ik Christiaan en Jennifer, een super lief stel uit Duits-België. Samen met hen heb ik de trails in het national park gelopen en de botanische tuinen bezocht. Veel wildlife is er niet te zien in het park, maar het lopen door de jungle is al fijn. Wat dat betreft was mijn planning wel goed opgebouwd; eerst semi-jungle, dan semi-jungle + opgevangen wilde dieren, dan jungle + semi-wilde dieren, dan échte jungle + échte wilde dieren. In het kader van; je moet nooit met het beste beginnen ;) Ondanks het gebrek aan wildlife, hebben we ons kostelijk vermaakt met wandelen en het fotograferen van gekke bloemen, aparte planten en onbekende insecten. Beiden avonden kwamen we uitgehongerd terug en werden we getrakteerd op het beste eten dat ik tot nog toe in Azië gegeten heb.

Na Kinabalu National Park, zou ik verder reizen naar Poring Hotspring. Een klein plaatsje met; – volgens de folder – hikes, grotten, botanische tuinen, watervallen en hotsprings. Dat klinkt alsof je je hier makkelijk 2 volle dagen kunt vermaken toch? Samen met Christiaan en Jennifer heb ik twee scooters van Jack gehuurd en zijn we naar Poring Hotspring gereden. Omdat ik al verblijf had geboekt en betaald (helaas), besloot ik – in tegenstelling tot Jennifer en Christiaan – niet terug te rijden naar Jack's. Bij aankomst werd al snel duidelijk dat de folder het plaatsje veel te mooi beschreven had. Het was heel klein en de helft was dicht of leeg. Terwijl zij een kop koffie dronken in het enige restaurant, bracht ik snel mijn spullen bij de lodge. Deze lag 15 minuten lopen van het dorpje af, maar gelukkig had ik voor nu nog een scooter. Het personeel – dat uit een oud stel bestond – sprak geen woord Engels en er waren geen andere gasten. Ze leken erg verbaasd dat überhaupt​ iemand een kamer bij ze geboekt had. Ik was in een goede bui en zag alleen maar de voordelen van het hebben van een eigen dorm. Die dag hebben we met z'n drieën de hike naar de waterval gelopen. Dit was ontzettend vermoeiend in de vochtige hitte, maar zeker de moeite waard. Tijdens de laatste kilometer van de terugweg, keken we allen uit naar een welverdiende en ontspannen duik in de hotsprings. Het lijstje aan teleurstellingen, wordt vanaf dit punt alleen maar langer en langer... De hotsprings waren in werkelijkheid; grote betegelde badkuipen in de grond onder een houten afdak. Gezien de locals gratis naar binnen mogen, zaten de kuipen vol met luidruchtige families die allemaal met je op de foto willen. Nadat we een bad gescoord hadden, zaten we met z'n drieën in een klein laagje water te wachten tot het minikraantje de mega badkuip gevuld had. Dit was het moment dat ik besefte; shit... Hoe ga ik hier morgen een hele dag in m'n eentje doorbrengen? Na het – inmiddels zoveelste – afscheid, was ik weer alleen. Normaal vind ik dit prima, maar dit keer vond ik het wel saai. Ik had zo een vermoeden dat ik geen eten kon krijgen waar ik sliep, dus heb ik voor het donker nog een maaltijd naar binnen gewerkt. Deze gedachte bleek inderdaad te kloppen. Om er maar het beste van te maken, heb ik de avond doorgebracht met mijn beste vriend Netflix.

De volgende dag ben ik met goede moed weer naar het park gelopen, om de 5 tuinen te bezoeken. Mijn enigszins goede bui, stond snel weer op standje onweer. De Bamboo Garden bestond uit 3 struiken gigantisch wild groeiend bamboe. De Orchid Garden stond niet in bloei, de Botanical Garden was compleet dood en de Rafflesia Garden bestond niet meer... Na teleurstelling nummer 4 ben ik de Butterfly Garden niet eens meer in gegaan. De Canopy Walk dan maar... Hier moest je voor betalen, maar omdat ik chagrijnig was, ben ik gewoon doorgelopen. Tijdens de route omhoog kwam ik een groepje locals tegen, die wederom allemaal met me op de foto wilde. Naja, vooruit dan maar weer. Ze waren heel vriendelijk en uit lichtelijke eenzaamheid besloot ik bij ze te blijven. Eenmaal bij de officiële ingang, moest ik mijn ticket laten zien. Oeps, ik heb uiteraard gedaan alsof ik niet doorhad dat ik een ticket had moeten kopen. De man van de groep wilde mij perse mee hebben en kocht een extra ticket. Goed geregeld, dacht ik bij mezelf. De Canopy Walk werd meer een grote photoshoot, dan gewoon een wandeling over touwbruggen. Ik vond het wel grappig en poseerde vrolijk met ze mee. Het is bijzonder om te zien hoe een lol Aziaten hebben, met iets dat wij maar 'medium leuk' vinden.

Na de Canopy Walk ben ik uit verveling maar weer in één van de badkuipen gaan zitten. Ik voelde mij ontzettend bloot, ongemakkelijk en bekeken. Gezien alle vrouwen een soort zwem-boerka dragen, was ik de enige in bikini. Hier werd dus ook wel op gereageerd in de vorm van uitbundige gezichtsuitdrukkingen. Avondeten dan maar? Het was pas 16.00 uur, tja... het kon maar vast gebeurd zijn. Om 18.00 uur zat ik weer gedoucht en al in m'n dorm en heb ik mezelf maar weer opgesloten met Netflix. Thank God voor de werkende WiFi! De volgende dag werd het nog erger, want Poring Hotspring was blijkbaar zó onboeiend dat de bus er ook niet kwam. Er was maar één manier om er weg te komen en dat was liftend. Ik probeerde de man en vrouw van de lodge om een lift naar het dorpje te vragen. Zodat ik niet eerst een kwartier hoefde te lopen met al m'n spullen in de hitte. Ik werd uit onbegrip snel afgewimpeld, en dus ben ik geïrriteerd weg gelopen. Scheldend liep ik het verlaten zandpad af, "kutzooi, kut hitte, kut Poring, kut mensen". Dat werkte best goed, want door de irritatie leek ik sterker en mijn tas lichter. Bij het restaurantje waren ze gelukkig wél behulpzaam en kon ik een stuk karton en een zwarte stift krijgen. Mijn irritatie was inmiddels weggezakt en werd vervangen door adrenaline. Ik ga gewoon liften! Hoe cool! De ontwerper in mij deed haar best om op een creatieve manier de letters 'SEPILOK' op te schrijven. Wat natuurlijk geen reet uitmaakt, zolang het leesbaar is. Maar ik was blij, want ik ging weg van deze doooood saaie plek. Ik was er klaar voor. De eerste keer het bordje uitsteken was best spannend, want wat als er nu niemand stopt? De vierde auto was meteen raak. Een man en vrouw uit Kuala Lumpur, wilde mij wel naar het busstation in Tawau brengen. Neeee, dacht ik. Nu ga ik liften ook, niet voor Jan lul zo mijn best gedaan op m'n bordje. Met lichtelijke tegenzin, hebben ze mij bij de hoofdweg – richting Sepilok – afgezet. Hier moest ik iets langer mijn best doen, maar na 10 minuten stopte er weer een man en vrouw. Zij gingen ook naar Sepilok en ik mocht de 3 uur durende rit, helemaal voor niets met hun mee rijden. Yes! Het is gelukt!

In Sepilok ging ik aapjes kijken. Het is vooral bekend vanwege de orang-oetans, maar er is meer te zien. De eerste dag ben ik naar de Proboscis Monkey Sanctuary gegaan, hier zitten – zoals de naam al zegt – Proboscis monkeys en ook Silver Leaf monkeys. Zonder al te veel verwachtingen kwam ik aan. Ik werd aangenaam verrast van hoe dichtbij beiden dieren te zien zijn. De Sanctuary bestaat uit twee 'feeding platforms' in een groot stuk mangrove bos. De dieren worden enkel 's morgens en 's middags gevoerd en zijn vrij om te gaan en staan waar ze willen. De apen liepen, zaten en lagen overal op het platform, waardoor je er gewoon tussen kon gaan zitten of naast ze kon staan. Gezien iedereen in Sepilok voor de orang-oetans komt – en de Sanctuary een half uur van Sepilok af ligt –, was het vrij rustig en had iedereen zijn 'eigen' aap. Hier heb ik mij de halve dag vermaakt met kijken hoe de apen eten, spelen en elkaar vlooien. Ze waren totaal niet schuw en mijn aanwezigheid werd gewoon genegeerd. Wat een fantastische dieren <3 Bij de Sanctuary ontmoette ik Angelo, een Italiaanse natuurdocumentairemaker. Hij had voor ongeveer 10.000 euro aan opname apparatuur bij zich en was bezig met het opnemen van een film over bedreigde diersoorten. We raakten aan de praat en al snel werd ik uitgenodigd om die middag samen naar de Rainforest Discovery Center te gaan. Dit is een stuk beschermd regenwoud, waar vanaf de grote metalen Canopy Walk veel wildlife te zien is. Veel hebben we niet gezien, maar het was wel interessant om te zien hoe hij te werk ging. Wel een gedoe hoor, al dat gezeul met die zware dure spullen.

De volgende dag was ik weer alleen, maar dat vond ik helemaal niet erg. Helaas werkte het weer niet helemaal mee, of eigenlijk ook wel. Het heet niet voor niets een 'regenwoud', daar regent het namelijk vrij vaak. Met bakken viel het uit de hemel en kwam ik doorweekt aan bij de orang-oetans. Deze aap lijkt nogal op de mens en houdt ook niet van regen, geen aap te zien dus. Helaas. In de middag nog een kans. Je kunt het park twee keer – tijdens de voedertijden – bezoeken, 's morgen en 's middags. Tussendoor ben ik naar de Sun Bear Sanctuary gegaan. Dit is de kleinste beer ter wereld en ook dit dier heeft een plekje bemachtigd op de – inmiddels meterslange – bedreigde diersoorten lijst. Het gal van de beren wordt namelijk gebruikt in een traditioneel Chinees medicijn, beetje jammer weer... Het was inmiddels droog, maar die middag werd de kraan weer maximaal open gezet. Het mocht niet zo zijn geloof ik. Er was één ruimte waar je droog kon zitten in het park, de Outdoor Nursery. Hier kun je achter een grote glazen wand naar buiten kijken, om de kleine orang-oetans te zien spelen. Er hingen allerlei touwen, banden en schommels aan houten constructies, waarop de jonge aapjes leren klimmen en slingeren. Alle jonge orang-oetans zijn wees; gered uit gevangenschap of gevonden zonder moeder. Omdat ze nog jong zijn en normaal tot hun 7e jaar alles van de moeder leren, hebben ze nog niet de vaardigheden om voor zichzelf te kunnen zorgen. In Sepilok worden ze hiervoor getraind, met als doel om ze ooit weer terug te plaatsen in het wild. In de Outdoor Nursery mogen ze 4 uur per dag buiten spelen, om de slinger- en klimvaardigheden te trainen. De hele middag heb ik mij vermaakt met het kijken naar 8 jonge spelende aapjes. Enthousiast en energiek slingeren ze van touw naar touw, terwijl er tussendoor nog even een banaan naar binnen gepropt wordt. De Outdoor Nursery had hoog bezoek, het alfamannetje van de groep had de bananen ook gevonden. Uitgebreid geïnstalleerd op de houten platforms, zat hij op z'n gemakje de één na de andere banaan weg te werken. Hij maakte er wel een bende van, overal lagen schillen en stukken fijn geknepen banaan. Echt een man hè ;)

Die middag ben ik met de bus naar de Kinabatangan rivier gereden, hier heb ik de Rivercruise gedaan. Wat mij betreft niet een ontzettende aanrader, maar erg populair vanwege het vele wildlife langs het water. Krokodillen, otters, apen, olifanten, tropische vogels en noem maar op. Dat klinkt heel tof, maar de busrit verklapt de reden ervan. Normaal geniet ik van in de bus zitten; beetje uit het raam staren en muziek luisteren. Hier was dat anders. De vernielende hebzucht van de mens is pijnlijk zichtbaar in het landschap. Het ooit zo machtige regenwoud met miljoenen bewoners, is op grove wijze ingeruild voor oneindige palmolie plantages. Er is nog maar een klein strookje jungle langs de rivier over, hierdoor worden alle dieren uit wanhoop naar de waterkant gedreven. Het groeiende toerisme levert overigens meer geld op dan een extra stuk plantage, daardoor zal er niet verder gekapt gaan worden. Het is niet ideaal, maar in anno 2018 lijkt dit de enige oplossing. We verbleven aan de rivier, in een mooie houten lodge op palen. Het was er veel luxer dan ik had verwacht en er stond de hele dag eten klaar. Van mij had het best iets meer basic gemogen, maar uiteraard waren er weer een paar meisjes die liepen te klagen. “Ielw! There are beetles in the bathroom!” Ja, lieve schat. Die leven hier. Bij dit soort mensen vraag ik mij echt af, wat doe jij hier?! Ga lekker naar Gran Canaria of Lloret de Mar ofzo. Soms moet je gewoon eerlijk zijn tegen jezelf, en vooraf erkennen dat het niet iets voor jou is. Of zoals mijn oud collega een keer heel mooi zei; “Waar mijn koffertje niet kan rollen, heb ik niets te zoeken!”

We gingen varen. De boot was niet optimaal, hij rookte heel erg en maakte een hoop herrie, niet zo bevorderlijk om dieren te zien. De eerste was gespot! Een gigantische krokodil. Met een rotvaart voeren er 4 boten op af, waardoor het arme dier snel op de vlucht sloeg. Niet bepaald rocket-science om te bedenken dat dit zou gaan gebeuren... Sommige dieren waren het inmiddels wel gewend, de apen rolden nog net niet met hun ogen bij het stoppen van de zoveelste boot die dag. De orang-oetans vond ik wel heel leuk; vader, moeder en baby zaten zich – hoog in de vijgenboom – vol te proppen met het fruit. Ironisch genoeg werd ik het meest enthousiast van de otters, zij werden namelijk enthousiast van ons. Vanaf de waterkant renden ze speels met de boot mee. Het piepende geluid dat ze maakten, klonk een beetje alsof je in het speelgoed van je hond knijpt. Ondanks het niet zo grote succes van de cruise, was het wel heel gezellig in de lodge. Al snel had ik een leuk groepje mensen om mij heen verzameld en maakte de rest niet meer zoveel uit.

Na de river cruise was het tijd voor het echte werk, ik had een '4D3N' tour geboekt in Danum Valley om de ware jungle te zien. Hiervoor werd ik opgehaald in Lahad Datu, een stad waar toeristen maar zelden te vinden zijn. Met een goede reden, want wat een k#tstad! Bij aankomst werd gelijk duidelijk dat Kota Kinabalu hét visitekaartje van Sabah is, de andere plekken zijn gewoon net zo smerig als de meeste Aziatische steden. Overal afval, de geur van rotte vis en de straten liggen vol bedelaars. In iedere straat waar ik liep, werd ik aangestaard, aangesproken en gevraagd om selfies. Ook had ik een groepje bedelende kinderen achter mij aan. “ONE RINGGIT! ONE RINGGIT!” brrr... horrorkoters. Ik had een boodschappenlijstje, dus ik moest helaas de stad door. Voor het eerst in 6 maanden, voelde ik mij ontzettend ongemakkelijk en lichtelijk onveilig. Wat een rot gevoel. Geen idee of het gevoel terecht was, maar ik was in ieder geval blij toen het de volgende dag was. Ik werd gelukkig vroeg opgehaald, het eerste half uur waren de herhalende palmolie plantages weer het enige uitzicht. Daarna veranderde de geasfalteerde weg in een zandweg en de plantages in jungle. Eindelijk! Na een hobbelige, maar mooie 2 uur durende rit. Kwamen we aan bij het Danum Valley Field Center. Van origine is het DVFC een onderzoekscentrum, waar flora en fauna onderzocht worden. Sinds een paar jaar is het ook geopend voor toeristen, om de natuur en zijn wildlife te kunnen zien. Het verblijf is heel basic; eenvoudige houten lodges en één grote gezamenlijke lodge, waar gegeten en gedronken wordt. De douches zijn koud en de kamer heeft geen airco. Precies zoals het zou moeten zijn vind ik. In het centrum zaten totaal iets van 40/50 mensen; het was nogal een diversiteit aan groepen. Vogelspotters, oude mensen met teveel geld, backpackers, stelletjes, families en onderzoekers. Waaronder een groep studenten uit Nieuw Zeeland, hier kon ik het goed mee vinden en dus heb ik er een leuk verblijf-adresje aan de andere kant van de wereld bij ;)

Tijdens de eerste wandeling ging het gelijk regenen, dat is hier niet een klein buitje. Nee, dat betekent gewoon een mega stortvloed aan water dat even uit de hemel komt zetten. Binnen no-time veranderen de trails in rivieren en moesten we direct de jungle uit. Ik baalde enorm en hoopte dat dit niet 4 dagen zo door zou gaan. Het voordeel aan dit soort buien, is dat het ook zo weer droog is. Nog een groter voordeel; dit was de enige keer dat het overdag zo geregend heeft toen ik er was. Nadat het droog was gingen we weer verder, en ja hoor... Gelijk al een orang-oetan met haar baby, dit voelde heel wat meer bijzonder dan bij de river cruise. Wat op dat moment dan wel weer jammer was, was het geluid van allemaal spiegelreflexcamera's. Er is een grote groep mensen, die voornamelijk reist om foto's te kunnen maken. Ik word vaak al moe bij het aanschouwen van de mega grote camera's die meegesjouwd worden. Grote tassen met verschillende lenzen en diep gefrustreerde gezichten, wanneer het dier niet netjes voor ze komt poseren. Wanneer dit wel gebeurd, kijken ze helemaal niet. Het enige dat telt is DE perfecte foto schieten. Klik, klik, klik, klik! Met zo'n 1000 aanslagen per minuut, wordt het betreffende dier vastgelegd. Terwijl zij vooral druk bezig zijn met de instellingen van hun Canon9000HDMegaPixel-12000Zoom-blablabla, sluipt het echte moment aan ze voorbij. Ik moet dan stiekem lachen en geniet van gewoon alleen maar kijken. Achteraf word ik wel nieuwsgierig naar de foto's. Vaak als je dan even meekijkt op het schermpje, valt het vies tegen. Heb je daar nou zoveel moeite voor gedaan? Voor dat wazige oranje pluisje tussen de takken? Wat ontzettend zonde zeg, zó een mooi moment en jij zit op je camera te kijken.

Die avond was de nightwalk, een totaal andere ervaring dan overdag. Je ziet eigenlijk veel meer, want in het donker komt al het 'ongedierte' tot leven. Spinnen, schorpioenen, duizendpoten, maar ook veel zoogdieren. Zo heb ik voor het in mijn leven een Tarsier in het echt gezien. Zo schattig! De volgende dag bestond weer uit 3 wandelingen van 2 uur. In de ochtend zagen we een gibbon familie en de middag wandeling werd wel heel bijzonder... :D Met z'n drieën stonden we netjes te wachten bij de dorm op onze gids. We hoorden geritsel in de boom en besloten te gaan kijken. Het waren twee kleine orang-oetans die bezig waren een nest te bouwen. Nieuwsgierig keken we toe tot de gids eraan kwam, hij reageerde verbaasd. “What are they doing here?!” De baby's slingerden langzaam verder de jungle in, wij slopen er stilletjes (zonder het irritante geluid van camera's) achteraan. Daar zagen we ook de moeder in de boom, ze hing er relaxed bij terwijl ze af en toe een vijg naar binnen propte. De baby's slingerden speels achter elkaar aan en over ons heen. Een half uur lang hebben we ze – enkel met z'n vieren – van heel dichtbij kunnen observeren, terwijl de dieren gewoon hun gang gingen. Ondanks dat het wilde dieren zijn, komen ze heel tam over. De manier hoe ze zitten, hun handen gebruiken en de gezichtsuitdrukkingen, soms lijken het net mensen.

Als een echte nerd heb ik een lijstje in m'n telefoon bijgehouden met de dieren die ik (goed) gezien heb. Puur voor mezelf heb ik de lijst erbij gezet ;) (het is half Engels half Nederlands).

• Orang oetan!
• Long tail makaak
• Short tail makaak
• Borneon gibbons
• Red leaf monkey
• Silver leaf monkey
• Bearded pig
• Malay sivet
• Small tooth palm sivet
• Red flying squirrel
• Black squirrel
• Sambar deer
• Mouse deer
• Flying lima
• Tarsier
• Green pit viper
• Praying mantis
• Flatheaded millipede
• Tractor millipede
• Agamith Lizard
• Monitor lizard
• Flying lizard
• Lichen huntsman spider
• Harvestman spider
• Tarantula 
• Borneon tree hall Frog
• Guardian rough skin tree frog
• Tree snail
• Whipetail scorpion 
• Stick insect
• Rhynocoris hornbill
• Buffy fish Owl
• Whiskered Treeswift
Daarnaast natuurlijk een hoop mieren, kakkerlakken, bloedzuigers, sprinkhanen, krekels en gecko's.

Je komt hier trouwens wel van je ongedierte fobie af; spinnen, kakkerlakken, torren, motten. Het maakt niet uit waar je bent, overal kruipt of vliegt wel iets. Aan het begin werd ik hier nogal panisch van, maar het went. Daarnaast is de afmeting ook wel een dingetje, het is allemaal minstens 3x groter dan in Nederland. Na een aanvaring met een tor zo groot als mijn hand, schrik ik zelden nog van het formaat ongedierte dat hier rond kruipt. Hij vloog keihard tegen de badkamermuur, terwijl ik rustig mijn tanden stond te poetsen. Het klonk alsof iemand servies tegen de muur kapot sloeg. Torzilla stortte als een geraakte helikopter naar de beneden en begon gedesoriënteerd rondjes te draaien. In complete paniek ben ik gevlucht, maar als een nieuwsgierige woestijnrat stak ik gelijk mijn hoofd weer om het hoekje. Ik had mijn tandpasta laten liggen en dus moest het code-rood gebied weer getrotseerd worden. Stapje voor stapje sloop ik langzaam dichterbij, ik greep mijn tandpasta en rende naar m'n kamer. Wat een horror (torror, héhe) zo vlak voor het slapen gaan. 

Vanuit de groene jungle naar de blauwe jungle. Na het wat abrupte einde aan mijn duik avonturen in de Filipijnen, wilde ik weer opnieuw een poging wagen. Op Mabul Island scheen je mooi te kunnen duiken. Mabul is een klein, maar dicht bevolkt eilandje naast Sipadan. Sipadan staat op het lijstje van de beste duikspots ter wereld. Hier heb ik overigens niet gedoken, want daar hing een behoorlijk prijskaartje aan kan ik je vertellen. In tegenstelling tot een hoop andere duikers op het eiland, nam ik genoegen met enkel duiken rondom Mabul. Dat vond ik helemaal niet erg, want het zou toch zonde zijn om nu al verwend te raken en het duiken te verpesten voor mezelf. Ik vond Mabul namelijk al prachtig! Tientallen schildpadden en scholen vissen zwommen voorbij, zowel lichamelijk als geestelijk was ik even helemaal in mijn eigen bubbel. De duikspots waren heel divers en iedere duik was weer compleet anders. Zo waren er op sommige plekken artistieke houten constructies geplaatst, hierop groeit dan weer een nieuw koraalrif. Ondanks dat het onnatuurlijk is, geeft het wel een heel tof en bijna futuristisch effect. Ook boven water vond ik Mabul erg leuk, het is heel knus en er hangt een gezellige sfeer. Het eiland is volgebouwd met kleine houten hutjes op palen en overal liggen gammele steigers die alles met elkaar verbinden. Dag 1 ontmoette ik een stel uit Duitsland, de man was ook grafisch ontwerper dus er was gelijk een klik. Die avond werd ik door hen uitgenodigd voor de 'Island walk', een ongeorganiseerde wandeling over het eiland door één van de bewoners. Tijdens de wandeling liepen we dwars door het dorpje, over zandpaden en steiger-bruggen. Soms is het moeilijk voor te stellen dat de mensen hier echt zo leven. Iedereen leeft buiten en kent elkaar, het oogt armoedig maar wel ontzettend gezellig. We waren met z'n vieren en hebben hamburgers gehaald bij de beste snackbar van Mabul. Deze hebben we vervolgens opgegeten op de steigerbrug, met uitzicht over het eiland en een prachtige zonsondergang. Dit soort onverwachte en ongeplande uitnodigingen zijn mijn favoriete dingen op reis. Zo simpel en het kost niets, maar tegelijkertijd onvergetelijk en onbetaalbaar.

Het duikresort was nogal een contrast met de rest van het eiland, groot, luxe en modern. Ondanks het schuldgevoel naar de eilandbewoners, vond ik het stiekem wel lekker na 4 dagen jungle. In het resort ontmoette ik alleen maar duikers en bestonden de gesprekken voornamelijk uit duikervaringen. “What did you see today?” “Where did you get your PADI?” “What was your favorite divesite?” Soms tot in het irritante aan toe, want wanneer jij de vraag beantwoord en 3 schildpadden gezien hebt. Heeft de ander natuurlijk 3 hamerhaaien gezien en weer een ander heeft met 3 walvishaaien gedoken. Dat opscheppen is tijdens reizen wel een irritant dingetje. “You went there?” “Oh but I went there, less touristy, way cheaper and much more authentic” Oké, leuk voor je. Weet je wat nog veel irritanter is? Je wordt hierin mee gezogen. Ik heb mezelf namelijk al meerdere malen betrapt deze vervelende reis-gewoonte over te nemen. Dan word ik boos op mezelf, omdat ik weet hoe ontzettend irrelevant en kansloos het is. Het is een soort social media in real life. Hoe enthousiaster er wordt gereageerd op de ervaringen, hoe beter iedereen zich over zichzelf voelt. Triest he? Soms is het wel grappig om iedereen te observeren en mensen in hokjes te stoppen, om vervolgens later te kijken of het klopte wat je dacht. Je ontmoet zo ontzettend veel mensen, dat je mensenkennis aardig getraind wordt. Inmiddels weet ik heel goed welke mensen ik liever op afstand hou en andersom. De '#fitgirl bikini-babes met pappies creditcard', de 'onnatuurlijk gespierde zonnebank-players' de 'ik ga mezelf vinden tijdens 3 dagen vrijwilligerswerk-tieners' of de 'die-hard party hostel gangers' zijn niet per definitie mijn type reizigers. De 'late 20's break-uppers', de 'ik heb mijn baan opgezegd en maak eindelijk mijn droomreis', en de 'niet enorme geitenwollen sokken natuur/dieren liefhebbers' zijn dan weer meer mijn mensen. In welke categorie ik val, mogen jullie zelf bepalen ;)

Op naar Mulu! Naast de vele grotten, vooral bekend vanwege de 'Pinnacles'. Honderden 50-70 meter hoge kalksteen formaties, die uitsteken boven de bomen. Het oogt onrealistisch en geeft een lichtelijke 'Mordor' vibe. Ik zie zoiets op internet en denk gelijk; Cool! Daar moet ik heen! Als je dan iets meer research doet, kom je erachter dat het niet heel eenvoudig is om er te komen. De Pinnacle Trail duurt 2,5 dag en bestaat uit een 9 kilometer trek – heen en weer – door de jungle naar 'Camp 5'. Er is hier enkel drinkwater en een dun matrasje beschikbaar, de rest moet je meenemen. De volgende dag is het 3 uur omhoog klimmen en 4 uur omlaag klimmen, om de Pinnacle te kunnen zien. Daarnaast ligt Mulu erg afgelegen en kun je er enkel met een klein vliegtuigje naar toe. Dus; vanaf Mabul Island naar Tawau airport, vanaf daar naar Kota Kinabalu airport en direct door naar Miri airport. 1 nacht verblijven in Miri, hier boodschappen doen en spullen achterlaten in het hostel. Vervolgens met alle boodschappen, vliegen naar Mulu. Pfff... Ik vond het nu al klinken als een hoop gedoe, maar ik ging het wel doen! Eenmaal in Miri aangekomen ben ik – na het droppen van m'n tas – gelijk de supermarkt ingedoken. Boodschappen doen in een land waar je geen woord van de taal begrijpt is best een uitdaging. Het wordt dan een soort kinderspel, omdat je enkel de plaatjes begrijpt. Na twee uur zoeken had ik alles gevonden, dacht ik. De verpakking wil nog wel eens verwarrend zijn. Zo was mijn gedroogde mango, geen groot succes. Uiteraard had ik weer veel te veel gekocht en was mijn tas te zwaar om er 9 km mee te lopen. Ook kreeg ik in het hostel in Miri, nog wat (ongevraagd) commentaar van een ervaren hiker. Alles dat ik gekocht had, was niet voedzaam en nam alleen maar een hoop ruimte in. Ze had natuurlijk gelijk, maar op dat moment dacht ik alleen maar; hou je bek, ik heb jouw mening NIET gevraagd. Deze gedachte heb ik wellicht iets te erg door laten schemeren... Lichtelijk ontmoedigd ben ik naar het vliegveld gegaan, waar ik het meest schattige vliegtuigje in mocht stappen. Je kon goed zien welke mensen de Pinnacle Trail gingen lopen, ze hadden allemaal een grote tas met boodschappen bij zich. Even stiekem naar binnen gluren om te zien wat zij gekocht hadden; brood, noodles, bonen in blik. Oooh gelukkig, zo slecht had ik het dus niet gedaan.

Verblijven in het park zelf is nogal prijzig, om die reden verbleef ik in een homestay. Hier werd ik heel openhartig ontvangen en naast een Chinese familie, was ik weer eens de enige gast. Oh fijn, een Chinese familie... Ik moet eerlijk bekennen, dat ik hier niet direct vrolijk van werd. Echter toen ik hen ontmoette, sloeg dat gelijk om. Ze spraken allen perfect Engels en waren ontzettend aardig en geïnteresseerd. Ditzelfde gebeurde de volgende dag; de eerste dag van de trail. Ik was in een bestaande groep geplaatst, van enkel Maleisische-Chinezen (dat is blijkbaar een ding, want de helft van de Maleisiërs is Chinees). Kut, dacht ik in eerste instantie. Toen ik ze wat beter leerde kennen, sloeg dat gevoel om. Het was een groep van 5 vrienden rond de 30, die allemaal goed Engels spraken. Ze waren heel open, grappig en geïnteresseerd. Ik werd direct overal bij betrokken en ik baalde dat ik ze zo snel veroordeeld had.

De dag begon met een bezoek aan twee grotten; Cave of the Winds en Clearwater Cave. De vele verschillende grotten, zijn ook een reden dat ik naar Mulu wilde. Dat deze alvast verwerkt zaten in de tour, was mooi meegenomen. Ik blijf grotten ontzettend fascinerend vinden. Het idee dat dit duizenden jaren gekost heeft om te ontstaan en dat dit vormingsproces nog altijd – druppel voor druppel – gaande is. In tegenstelling tot onze geduldige 'Moeder Natuur', leeft de mens een onnatuurlijk haastig bestaan. Het is bijna knap hoe wij in zó een korte tijd, de aarde compleet vernielen. Na het bezoek aan de grotten, werden we met de boot naar het begin van de trail gebracht. Tijdens deze boottocht zag ik de ware authentieke schoonheid van Borneo. Het was mooier dan alle natuur documentaires bij elkaar en niet op camera vast te leggen. Met een grote glimlach op mijn gezicht dacht ik; Ja! DIT is waarom ik hier naartoe gekomen ben. Wat ongelooflijk mooi. Na een half uur werden we in the middle of nowhere gedropt en moesten we de overige 9 km lopen. Het pad ging omhoog en omlaag, over hangbruggen en door de modder. Dit was best pittig met een 10 kg backpack op je rug in 35 graden. Een constante douche aan zweet droop langs m'n hele lichaam. Nu maar hopen dat ik niet de liefde van mijn leven zou ontmoeten in deze toestand. Bij aankomst ben ik met kleding en al de rivier in gesprongen, heerlijk! Plus ik was gelijk gedoucht ;)

Camp 5 was basic, maar prachtig gelegen aan de rivier naast de limestone rotsen. Er waren nog 2 groepen, waarvan 1 groep ons zou gaan vergezellen naar de Pinnacles. Voor het eerst in 6 maanden heb ik weer een maaltijd gekookt. Naja gekookt, ik heb pasta gemaakt en de saus uit blik er onverwarmd doorheen geroerd. Culinair hoogstandje dus, maar het ging er prima in. Om 9 uur lagen we op bed, want om 5 uur ging de wekker. Meerdere malen werd ik gewaarschuwd voor hoe zwaar de klim zou gaan worden. Het ging om een kleine 2,4 kilometer, maar dit was 90 graden of steiler. Na een ontbijt van; waterige instant oatmeal, een oude boterham​ met pindakaas en een blik koude bonen in tomatensaus, was ik er klaar voor. (Ja, Peter. Ik lust nu opeens pindakaas!) Ik eet trouwens echt alles nu, iets niet 'lusten' is vaak geen optie. Je eet wat er beschikbaar is, soms is het heerlijk en soms niet te vreten. De ene keer werk ik met moeite – het inmiddels zoveelste bord – ranzige noodles weg. De andere keer leef ik van koekjes of een bus Pringles. En soms eet ik mezelf tonnetje rond aan heerlijk verse groente en fruit. Het is iedere dag anders. 

De klim omhoog was inderdaad pittig en toen ik dacht dat ik niet heftiger kon zweten, wist ik mezelf wederom te verrassen. Na 3 uur klimmen over boomstronken en rotsen aan touwen en ladders, kwamen we aan bij het uitzicht. Ze waren veel kleiner dan ik dacht, maar wel precies zoals op de foto's. Hier hebben we geluncht en allemaal onze Insta-selfie gemaakt :p De terugweg was vele malen zwaarder dan omhoog en mijn knieën heb ik flink aan het werk moeten zetten. Om 11.30 uur begonnen we aan de klim naar beneden, wat overdreven vroeg dacht ik nog. Hier kwam ik later op terug, gezien het heetste punt van de dag hier rond 15.00 uur plaatsvindt. Op dat moment kon ik met kleding en al,– trots maar kapot – de rivier inspringen. Die avond had ik geluk, de groep Chinezen hadden hetzelfde blik Chicken-Curry gekocht en zij stonden erop dat ik met hen mee zou eten. Kwam ik er toch weer mooi onderuit om zelf de keukenprinses uit te hangen. De mannen stonden in de keuken en de vrouwen konden lekker gaan zitten, top geregeld. Het is wel grappig om te zien hoe zij – ondanks dat het allemaal uit een blik komt – met zoveel liefde en zorg een maaltijd bereiden. Na een gezellig en lekker laatste avondmaal, moest er nog een groep-selfie worden gemaakt. Ook dit wordt heel serieus genomen. Terwijl er eentje zijn telefoon op de zelfontspanner installeerde, was de rest (incl. ik) druk bezig met de juiste pose aannemen. De enigszins awkward pyjama-selfie is hiervan het resultaat xD. Om 20.30 uur lagen we allemaal in coma, nooit eerder sliep ik zo lekker op een houten vloer half in de buitenlucht.

Er stond nog een grot op het programma, en niet zomaar een grot. De Deer Cave was tot voorkort de grootste grot ter wereld en wordt alleen al bewoond door 3.4 miljoen vleermuizen. Bewapend met waterschoenen en een hoofdlamp zijn we de grot ingelopen. Het begin bestaat uit paden, het laatste deel uit klimmen over rotsen via touwen. De grot barst van het leven. Door de enorme hoeveelheden 'Guano' (vleermuizenpoep), heeft de grot een geheel eigen ecosysteem. Overal loopt 'ongedierte' en spinnen zo groot als je hand zijn geen bijzonderheden. De grot is gigantisch en wordt aan beiden zijden prachtig verlicht door de openingen. Ooit was het één lange grot, maar hij is honderden jaren geleden in het midden ingestort. In deze opening is een vallei ontstaan genaamd 'The Garden of Eden', hierin is in verloop van tijd een kleine jungle met een waterval ontstaan. Tijdens de tour zijn we door deze jungle gelopen en hebben we in de waterval gezwommen. Dat was het moment dat ik dacht; WAUW! Mulu is echt het mooiste national park dat ik tot nog toe gezien heb. Wat bijzonder om een plek als dit te kunnen bezoeken. Na de lunch zijn we via een andere weg teruggelopen door de grot en na afloop hebben we de zogenaamde 'Bat Exodus' mogen aanschouwen. De 3.4 miljoen vleermuizen vliegen tegen zonsondergang allemaal de grot uit, op zoek naar voedsel. Een zoemende stroom van zwarte puntjes vliegt golvend de gigantische grot uit. Een vrouw naast mij zei hardop tegen zichzelf “Such a privilege, to be able to witness this.” Met een grote glimlach keek ik haar aan en knikte enkel instemmend mijn hoofd.

Inmiddels ben ik bijna 7 maanden weg, de tijd vliegt voorbij en toch ook weer niet. De momenten zelf maak ik heel bewust mee, maar wanneer ik terugdenk aan de afgelopen maanden, dan vraag ik mij af waar de tijd gebleven is. Het begint als een soort lange vakantie, maar inmiddels voelt het als 'gewoon'. Iedere dag uit eten, om de zoveel dagen een nieuwe slaapplek, mensen ontmoeten en bezienswaardigheden bezoeken. Het is nog steeds leuk en bijzonder, maar alles went. Het reizen heeft best een omslag gekregen, aan het begin is alles leuk, nieuw en fantastisch. Je ontmoet veel mensen en vertelt aan iedereen enthousiast wat je gaat doen. Na 3 maanden komt je eerste dip, het is niet meer zo leuk als de eerste maand en de eindeloze energiebron raakt uitgeput. Je bent moe, dingen interesseren je minder, keer op keer hetzelfde verhaal ophangen gaat vervelen en je verlangd soms stiekem naar je oude structuur. Op dat moment word je boos op jezelf, want wat loop je nou te zeuren?! Je bent op reis! Weetje hoeveel mensen hier alleen maar van kunnen dromen?! Gedwongen ga je maar weer leuk doen, jezelf vertellen dat wat je voelt onterecht is. Je raakt in een soort tweestrijd met jezelf en vraagt je af of je gevoelens 'normaal' zijn. Het antwoord... Ja, dat is normaal. Inmiddels heb ik geleerd om te luisteren naar dat gevoel en te accepteren dat – ondanks dat je op reis bent – niet iedere dag geweldig hoeft te zijn. Af en toe mag je moe of chagrijnig zijn, soms zijn dingen gewoon kut en mag je er even helemaal klaar mee zijn. The truth is... Reizen is echt niet alleen maar leuk. Verre van zelfs. Ik voel mij soms ontzettend alleen, dan mis ik mijn familie en vrienden. Soms voel ik mij moe en zwak, door het gebrek aan slaap en de slechte bedden. En soms moet ik opeens huilen, door wat er anderhalf jaar geleden is gebeurd. Daar pal tegenover staan; de prachtige plekken die ik bezoek, de toffe dingen die ik meemaak, de geweldige mensen die ik ontmoet en de bijzondere ervaringen die ik opdoe. Het is heel zwart-wit en mijn emoties kunnen per minuut omslaan. Daarnaast is het ook heel erg leerzaam, ik leer iedere dag iets nieuws. Van grappige dieren-weetjes en cultuur-feitjes tot persoonlijke ontwikkeling en zelfreflectie. Je bent je eigen therapeut en leert jezelf echt goed kennen. Ik praat de hele dag tegen mezelf, de ene keer ben ik boos of teleurgesteld en de andere keer juist trots op mezelf. Je bent je eigen beste vriend en voelt je daardoor niet alleen. Soms vertel ik een grap aan mezelf en moet ik vet hard lachen. Of ik ga over iemand roddelen, om het vervolgens met mezelf eens te zijn. Ook denk ik vaak na over wat ik wil gaan doen als ik terug ben. Ik word dan wel eens nerveus van de opties, wat een gigantisch luxe probleem eigenlijk. Niet iedereen op de wereld kan zelf bepalen wat hij/zij doet met zijn/haar leven. Ik zie hier dagelijks terug hoe ontzettend weinig mensen deze luxe maar hebben. Een hele goede eye opener om te waarderen wat ik thuis allemaal heb. Wat een groot voorrecht om in een land als Nederland geboren te zijn en die keuze wel te hebben. 

Na 5 dagen Mulu, vloog ik voldaan weer terug naar Miri. Mijn solo Borneo reis zat erop. In Miri had ik nog 2 dagen te vullen, voordat ik naar Kuching vloog om mijn beste vriendin Loes op te halen! In augustus hebben we afscheid van elkaar genomen, toen zij samen met haar vriend voor 4 maanden naar Australië en Nieuw Zeeland vertrok. Inmiddels zijn we 8 maanden verder en hebben we een hoop in te halen. Ik had mij voorgenomen om deze – wederom belachelijk lange – blog in Miri online te gooien. Er kwam echter iets tussen, want in het guesthouse waar ik verbleef ontmoette ik een jongen. We raakten aan de praat en het klikte bijzonder goed. Het bekende '5 minuten praatje' werd een gezellig en uren durend gesprek. Hier was ik totaal niet op voorbereid en ik zat er dan ook lekker charmant bij. Met mijn pyjama, leech-sokken (tegen de muggen) en een grote knot op mijn kop, zat ik achter m'n laptop met een kop thee. Op het moment dat ik hem wel leuk vond, besefte ik opeens hoe ik erbij zat... Zul je net zien natuurlijk. Tegen etenstijd waren we nog niet uitgepraat en we besloten wat te gaan eten en een drankje te doen in de stad. De volgende dag waren we elkaar nog niet zat en het werd een ongeplande 'tienerdate' in het winkelcentrum. Na een passende fastfood-lunch zijn we naar een horrorfilm in de bios gegaan. Ik voelde mij echt weer even 16, wat heerlijk. Er zijn heel wat maanden overheen gegaan, voordat ik mezelf weer toeliet een emotie als dat te voelen. We zijn er nog niet, maar het voelt eindelijk weer goed. ^-^

Toedeloe!

Foto’s

5 Reacties

  1. Julia Warmerdam:
    16 mei 2018
    Wat een fantastisch verhaal lieverd😉. Ben trots op je hoe je alles ervaart en meemaakt. Blijf genieten van alle mooie momenten. Dikke kuss mama
  2. L.J.M. de Haas:
    17 mei 2018
    heerlijk....ik krijg er zo zelf zin in.
    zou het alleen niet meer via de ene hostel naar de andere hostel doen.....zou dat de leeftijd zijn.
    Maar wij houden van die landen.
    de bende overal....de mensen (want dat vinden wij meestal het leukste) het praten met handen en voeten.
    Het eten de dieren de natuur nou ja gewoon het hele plaatje HEERLIJK.
    geniet lekker verder....jammer dat dit vroeger niet was want dan had ik het waarschijnlijk ook gedaan.
    Veel plezier nog Coby xx
  3. Annemarie:
    17 mei 2018
    He Malou, wat een heerlijk verhaal. Toch maar weer even de kaart erbij gepakt. Dit is beter als een boek. Wat goed van jezelf om je verhaal te ondersteunen met je gevoel.....
    Maakt niet uit hoe lang je story is, ik lees m toch wel. Travelse en kijk uit naar de volgende xx
  4. Grietje:
    17 mei 2018
    Dank je wel voor het delen van al deze ervaringen :)
  5. Malou:
    20 mei 2018
    Dankjewel mam, zal ik zeker blijven doen!

    Dankjewel Coby, ja wat een fantastische landen hè! Echt zo mooi en fijn hier. En wat je zegt, de mensen, het eten. Gewoon alles. Ondanks de bende haha. Ik ben ook heel blij dat ik het nu doe, soms is dat gezeul van hostel naar hostel wel eens vervelend maar het is altijd weer een verassing wat je er aantreft.

    Dankjewel Annemarie! Ik blijf het leuk vinden dat zoveel mensen m'n verhalen nog steeds lezen. Het toevoegen van m'n gevoel had ik veel eerder moeten doen. Grappig hè, hoe ook de verhalen 'groeien'. Ik post snel weer een nieuwe!

    Graag gedaan Grietje, het is voor mij ook een goede zelfreflectie om het op te schrijven :)

Jouw reactie